een dwaaltocht door weer en wind

Likken aan onzichtbaarheid

likken aan onzichtbaarheid http://www.warrelwater.nl

Ik houd van mysterie. Mysterieuze mensen,  mysterieuze verschijnselen.

Het maakt me nieuwsgierig en soort van ondeugend. Speels.

Een stiekem avontuur. Liefst een bijna onzichtbaar avontuur. Eentje die er eigenlijk helemaal niet is.

Eigenlijk een illusie, zou je kunnen zeggen. Nou. Nee. Tussen onzichtbaar en illusie in, zou ik zeggen. Met een hoedje van plezier en symptomen in de werkelijkheid.

Net niet zichtbaar, maar wel verwarrend.

Ik wil me daarin storten. Vergrootglas en verrekijker en voelsprieten en dan kleine hapjes nemen en goed proeven.

En dan weten dat het zout smaakt en een beetje bitter, maar waar je in hemelsnaam aan likt dat is maar de vraag.

En bovendien, als je het duidt als zout of als iets waar je überhaupt aan kunt likken en je gaat voldaan en zorgeloos slapen en je komt de volgende dag terug…. Dan is het vast weer ontduid. Ongeduid. Onduidelijk ook. Ongrijpbaar en verwarrend. Dat is het risico van duiden. Ja, het mooie avontuur. Risico op ontregeling. Duid iets en het heeft de illusie van houvast en duidelijkheid.

Maar een mysterie tussen illusie en onzichtbaarheid ontdoet zich snel van duiding.

Stel dat het zich laat duiden. Geduid is. Duidelijk ook. Dan staat hij daar. Misschien sta je. Als je dat kunt. Of ren je. Of lig je in een nestje. Dan sta je daar geduid en wel. Met de moed in de schoenen en één been in de werkelijkheid. Jakkes. Daar moet een mysterie niets van weten. Mysteries weten helemaal niet wat weten betekent. Hebben geen wetenschap van weten. Ze lachen om wetenschap. Of huilen. Als ze dat kunnen.

Op sommige dagen kunnen ze het vast, denk ik te duiden.

Dat kan wel. Ik kan duiden wat er eens was. Wat eens was wil ik duiden. Dat zegt niets over de substantie of de vorm of de identiteit van het mysterie op dit moment. Of over morgen. Maar over wat was en over wat mogelijk is gebleken.

Dat is een mooi spel. Een mooi avontuur. Een mooie vriendschap.

Als bioloog op dwaaltocht word ik opgezogen door het mysterie dat zich openbaart met verwarrende tegenstrijdigheden. En we spelen met elkaar. Ik grijp hem bij de haren en aai hem over zijn rug. Lik aan het puntje van zijn neus. En na een nacht dromen over blauwe voeten, fluitekruid en magische roestbruine dieptes biedt hij zich in heel andere vorm aan. Zo anders dat ik de gedaante eerst niet eens bespeur. Geen neus te bekennen. Geen rug ook.

Meer wat wollig gekriebel. Een briesje.

Om weer heerlijk verward en ontregeld te ontduiden en ontdoen en

guitig en lichtvoetig

verder te dwalen.

Nieuwsgierig? Lees ook:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge