een dwaaltocht door weer en wind

De drenkeling

 de drenkeling - http://www.warrelwater.nl

De drenkeling

Zwemmen         dobberen           plonzen              

Koesterende     zon

 

Daar, daar in de verte. Wat komt daaraan? Een boot?

Een schip? Een jacht?

 

En wie  wat

Wie        wat?

Wie wat?

 

Daar. De adem stokt. Stokt.

S             T             O            K             T                             T             T

.              .              .              .              .                              .              .

 

En ons wezen veranderde.

Zwem                   dobber                plons

Snolp                    rebbod                mewz

Zzzz       oin         gggg

S             t              r              u             c              t              u             u             r

Houvast               kgggggg                     .              .              .              .              .

 

Als drenkelingen klampten we ons vast

en wel direct

We klampten ons vast aan

DE structuur

De wie – wat – wonderbaarlijke – hiërarchie

 

Als hulpeloos verzuipende spinnen,

met maar vijf poten,

staken we onze harige ledematen uit

naar onze redder,

onze koning.

 

De koning die we in één oogopslag hadden herkend.

We kwamen, we zagen en we gaven onszelf uit handen.

In een splitsecond

 

Oké, er was een heel korte, onbeholpen check: is dit onze redder?

We keken met waterige ogen omhoog en zongen een lofzang en ja.

Onze koning bleek wie we dachten dat hij was.

Hij grijnsde wellustig,

en stak niet zijn hand uit voordat hij al orerend zijn hand in eigen boezem stak.

Stak twee handen in eigen boezem, maar gerust mochten wij langs zijn stropdas omhoog krabbelen.

 

En daar bleven wij aan zijn voeten liggen kwijlen.

En we likten het zout van zijn tenen.

En we waren stil.

En we hadden ons gevoegd.

En we waren gelukkig.

 

We hadden houvast. Houvast aan de redder. Houvast in onze rol als slachtoffer.

Hulpeloos onverantwoordelijk slachtoffer. Stuurloos. Richting krijgend. Beschermd.

We voelden ons gekoesterd.

Fijn ook.

F… iiiijjj..IIJJ..NN!!

‘Oei. Pardon. Uwe heerlijkheid… U staat op twee van mijn poten… Nee zo ernstig is dat niet inderdaad, nee. Nee, zeker niet. Zoals u zegt. We zijn allemaal één! Nee klopt!

Het individu is een illusie. Ja dat is zeker waar, uwe excellentie. Mooi gesproken, prachtig! Geen ‘I in team’, nee. Inderdaad. En mag ik daaraan toevoegen, misschien, in al mijn onbelangrijkheid? Pijn is fijn, daar wordt je hard van. Zeker. Hoort u mij?

Mooie achterkant ook. Zeker. Nee, misschien wilt u niet gaan zitten. Ja, u bent vast moe van al dat wonderschone werk. Maar aaahhh.. nee?

In alle bescheidenheid….. nE…..!’

C             R             U            S             H

  

Hoe herkennen we binnen een splitsecond een koning? Hoe? En waar ontstaat in die zelfde fractie van een seconde dat mateloze vertrouwen?

Hiërarchie. Is bewegen in hiërarchische structuren een natuurlijk proces? Zoeken mensen veiligheid in hiërarchie?

Een hiërarchie is een soort structuur. Een houvast. Een veiligheid. Een ritme. Een dans.

Een structuur. Een houvast. Een dans.

En die koning? Een leider of een koning? Er schijnt een verschil.

 

Werpen mensen zich richting de eerste roeper met charismatische kwaliteiten; narcistisch wellustige charme?

Als een oerdrift? Een neurologisch ingebakken paadje?

synapse —— ppr pr      pr           tggg       ploing —— synapse

 

Een amoebevormige gedachte, chemische prikkel, dringt door in het daarvoor bestemde gebied van de hersenen.

En als een Pavlov hond

kwijlen we over onze eigen voeten en glijden

automatisch richting ons voorland

onze bestemming

ons noodlot.

 

 

 

Nieuwsgierig? Lees ook:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge